De soepele kleine roofkatten slopen ongeveer 4000 jaar geleden op fluweelzachte pootjes het leven van de mens binnen. Ze hebben sindsdien een bewogen leven achter de rug,werden vereerd,gehaat en bemind en hebben op de een of andere manier hun unieke persoonlijkheid weten te bewaren.

 

Eerbiedwaardige fluwelen pootjes

Onze huiskat is een afstammeling van de Nubische kat (Felis sylvestris lybica) die duizenden jaren geleden in Egypte tot huiskat gedomesticeerd werd. De vaalgele katten zochten de nabijheid van de mensen,want  waar granen werden verbouwd en in grote voorraadschuren  opgeslagen,waren ook veel ratten en muizen. Dat was natuurlijk een gemakkelijke maaltijd,voor de  jagers een buitenkansje. En zo gebeurde het dat de kat zich als het ware zelf domesticeerde.

De mensen op hun beurt waardeerden de nuttige nieuwe medebewoners  zodanig,dat ze katten tot een goddelijke niveau verhieven. De godheid werd door de  Egyptenaren Bastet genoemd en zeer vereerd. Het was verboden katten te doden,op straffe van de doodstraf. In graven en tempels werden duizenden gemummificeerde katten gevonden.

De weg naar Europa

Het was de Egyptenaren destijds verboden de als heilig geldende katten het land uit te brengen. De feniciers waren vermoedelijk de eersten die het lukte de dieren op  hun schepen te smokkelen. Ze verkochten de katten in de landen rond de Middellandse Zee tegen flinke bedragen aan welgestelde kooplieden en mensen van adel. De katten golden vanaf dat moment als statussymbool en werden door hun mensen verzorgd en vertroeteld. De Romeinen verspreidden katten al snel over heel Europa waar die diertjes ook daar hun buitengewone talent als muizen en ratten jagers konden bewijzen. Voor hun bezitters waren ze goud waard.  Deze goede tijden duurden tot aan de middeleeuwen,toen katten ervan verdacht werden met boze machten in contact staan.

 

 

Tekstvak: Identiteitskaart van de 
De wilde kat (Felis sylvestris)  is een roofdier (Varnivora) uit de orde van de zoogdieren,en hoort tot de familie van de katachtigen Felidae).
De jachtluipaarden behoren tot een eigen onderfamilie (Acinonychinae). De echte katten  (onderfamilie Felinae)worden onderverdeeld in grote  katten o.a. luipaarden,jaguars,tijgers en leeuwen en kleine katten,waartoe behalve lynxen, serails en andere soorten ook de wilde katten worden gerekend. Wilde katten leven op veel plekken. De verschillende ondersoorten komen voor in Afrika,Europa en West—Azië. Binnen hun verspreidingsgebied leven ze in de meest uiteenlopende levensomgevingen:woestijn,struik en grasstrepen,loof en gemengde bossen,minder vaak in naaldbossen. Door de vernieling van hun leefruimte,de jacht en de vermenging met huiskatten,zijn ze een bedreigende diersoort. Onze Europese wilde kat is daarom een beschermde diersoort. Gelukkig groeit op veel plaatsen het draagvlak om het bestand van deze dieren te behouden,te vergroten of nieuw te huisvesten.
In tal rijke natuurparkweb, zoals de  Hoge Veluwe en de Belgische Ardennen,hebben verwilderde rassen een thuis gevonden dat aan hun behoeften voldoet,en planten zich voor.

Fascinerende vaardigheden

Katten zijn van nature roofdieren die op jacht gaan naar kleine dieren,en deze grijpen.
Lichaamsbouwbouw en capaciteiten zijn perfect aan gepast aan deze levenswijze. Meestal besluipen de efficiënte jagers hun potentiële slachtoffers onbemerkt, of wachten geduldig.

Gevoelige zintuigen
Voor katten zijn het gezicht– en gehoorvermogen het belangrijkst,maar ook de tastzin speelt in het donker en op zoek naar een buit,een belangrijke rol.  
Zicht    Bij helder licht vernauwen de pupillen van de kat zich toot verticale spleetjes. In het donker zijn ze groot en rond. Wanneer een lichtstraal de ogen raakt,lijken deze op  te lichten,aan gezien het netvlies het zogenoemde tapetum lucidum het licht reflecteert. Op die manier kan de  kat zwak licht optimaal benutten. Daarom kan ze `s nachts beter zien dan overdag, maar bij volledige duisternis kan ook een kat niets meer herkennen. Is poes ons in de schemering zes keer de baas,in het donker ziet zij ook niets. Als het oog als informant  uitvalt dan lezen` de  haren bijvoorbeeld de opgestuwde lucht voor een meubelstuk en kan de kat dit ontwijken. Daarom kunnen ook blinden katten op bekend terrein de weg vinden.
Als oogdier(met een gelijkwaardig gehoor) ligt de beste gezichtsscherpte tussen twee en zes meter,alles daaronder en daarboven herkent de kat alleen aan de omtrekken. Het extreem brede gezichtsveld maakt ruimtelijk inzicht mogelijk en is bijzonder hoog ontwikkeld. Ze kan licht en donker onderscheiden ,kleuren spelen in het leven van een kat geen grote rol,maar onze huistijgers kunnen wel onderscheid maken tussen bijvoorbeeld rood,oranje en groen of geel en blauw..
Tast  De lange snorharen (vibris) van de katten kunnen als fijngevoelige voelers luchtstromen waarnemen, en ze helpen in het donker bij het oriënteren. Met behulp van deze voelers kan de kat bijvoorbeeld vaststellen of een gat groot genoeg is om doorheen te kruipen en waar ze een muis een dodelijke beet kan toebrengen. Behalve de snorharen op de bovenlip, hebben katten ook nog tastharen op de wangen,boven de ogen, op de kin en aan de voorpoten. 
Reuk  De kattenneus is veel beter dan die van ons. De dieren hebben geurklieren bij kin,lippen en voorhoofd,waarmee ze ons-  voor ons zelf niet waarneembaar `markeren`, wanneer ze tegen ons aan wrijven. De reukzin speelt een belangrijke rol bij de onderlinge communicatie van katten; Ze markeren hun territorium met geurstoffen en urine. 
Bedwelmde zintuigen
Poes ruikt de prooi niet met de neus,maar ze voelt hem  met het orgaan van Jacobsen boven in de mondholte,als ze Flehmt:met achterover gelegde snorharen, iets geopend bekje en hoog opgetrokken bovenlip staat ze daar-2 tot 35 seconden stokstijf. Dit gedrag vertoont ze ook bij andere opwindende boodschappen,of het nu gaat om een urine -vlag,ammoniak,lavendel, kattenkruid of valeriaan. Poes kan dus zonder neus ruiken en zonder tong proeven.
Kattenwasje
De ruwe tong van de kat speelt niet alleen een rol als transportband bij voeding. Ze reinigt ook de acht en dient ter regulering van temperatuur : bij warm weer wordt er ter verkoeling meer gewassen,omdat de zweetklieren op de neusspiegel en op de voetzolen daar niet toereikend voor zijn.
Bovendien voelt de tong temperatuur en smaakindicaties als zuur,zout,scherp en bitter. Zoet kan de kat niet proeven.

Lichaamsbouw 
Door haar soepele lichaam kan  de kat veel bewegingen maken: Ze kan metershoog springen,over smalle takken balanceren of zich oprollen wanneer ze gaat slapen. De scherpe nagels kunnen als wapens of bij het klimmen worden gebruikt. De kat verliest maar zelden haar evenwicht,en wanneer ze onverhoopt mocht vallen,landt ze –mits de hoogte toereikend is– altijd op haar pootjes,omdat ze zich in de lucht binnen enkele seconden om kan draaien. Katten zijn vleeseters en hebben daarom een hieraan aangepast  gebit met krachtige kaken en kaakspieren. De dolkachtige hoek of vangtanden dienen voor het vangen en doden van de buit,de spitse kiezen de grootste worden ook wel scheurtanden genoemd -voor  het kleinmaken van het voedsel. 



De wereld van de kat

    De herkomst van de kat

Terug      Volgende